|
Datum: 5 september 2007 Opsteller: Mari Marinussen Akkoord secretaris: |
|
Vastgesteld door College Datum: 1 oktober 2007 Voorzitter: |
(HER)BEOORDELING
NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN
Bonzi,
9611 N
Ingevolge het door u op woensdag 13 juni 2007 (C-182.4) vastgestelde Plan van Uitvoering voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zijn reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden geëvalueerd. De evaluatie heeft plaatsgevonden conform de werkwijze en procedure die in de notitie “Aanwijzingen (her)beoordeling niet-geprioriteerde gewasbeschermingsmiddelen en biociden is beschreven (11 juli 2007, C-183.5). Bijgaande treft u het beoordelingsrapport aan van het gewasbeschermingsmiddel Bonzi (9611 N).
Voor dit gewasbeschermingsmiddel is een aanvraag als bedoeld in artikel 25d Bestrijdingsmiddelenwet 1962 ingediend. Dit middel bevat de werkzame stof paclobutrazol. Het voor een beoordeling van dit middel verschuldigde tarief is op dd-md-jaar ontvangen. Uit het beoordelingsrapport volgt dat de effecten van het middel op mens, dier en milieu aanvaardbaar zijn, gelet op het gehanteerde toetsingskader.
Voorgesteld wordt om het middel op te nemen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Een parallelle en afgeleide toelating volgt het toelatingsregiem van het gewasbeschermings-middel waar het van is afgeleid. Van het hier beoordeelde gewasbeschermingsmiddel is geen gewasbeschermingsmiddel afgeleid dan wel parallel toegelaten.
Voor de verdere toelating van het middel Bonzi (9611 N) moet een nieuwe toelatingstermijn worden vastgesteld. Gelet op het Europese beoordelingsprogramma voor de beoordeling van werkzame stoffen wordt voorgesteld een periode voor verdere toelating vast te stellen die aansluit op het tempo waarin het Europese beoordelingsprogramma wordt afgerond. Het Ctb stelt de toelatingstermijn daarom vast totdat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel met betrekking tot de opname van de werkzame stof in de Bijlage I van de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn 91/414/EEG.
Besluit
|
Het Ctb besluit: - Het gewasbeschermingsmiddel Bonzi (9611 N) wordt opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 122, lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; - Het middel wordt toegelaten voor de termijn die afloopt op de dag dat uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven aan de communautaire maatregel betreffende de opname van de werkzame stof paclobutrazol in Bijlage I van richtlijn 91/414/EEG. |
(HER)BEOORDELING NIET-GEPRIORITEERDE GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN EN BIOCIDEN
BEOORDELINGSRAPPORT
GEWASBESCHERMINGSMIDDEL
BONZI, 9611 N
College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
Wageningen
INHOUDSOPGAVE
Inleiding
Beschrijving van het reeds toegelaten middel
Risico-evaluatie HUMANE TOXICOLOGIE
Risico-evaluatie MILIEU
Eindconclusie
Etikettering en WG/GA
Bijlage 1 GAP tabel
INLEIDING
In artikel 122 van
de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden is een voorziening getroffen om
(toegelaten) een middel met een niet-geprioriteerde werkzame stof op een lijst
te plaatsen en de toelating van dat middel te verlengen totdat voldaan moet
zijn aan het bepaalde in de communautaire maatregel betreffende de werkzame
stof. Om voor deze toelating in aanmerking te komen moet er een aanvraag zijn
ingediend op grond van artikel 25d van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en moet
bij de verdere toelating van het middel naar behoren rekening worden
gehouden met de effecten van dat middel op de mens, het dier, alsmede op het
milieu, op basis van een dossier dat de nodige informatie bevat.
In dit kader is een
doelmatige en doeltreffende werkwijze en procedure vastgesteld in het Plan van
Uitvoering van 13 juni 2007. De beoordeling is uitgewerkt in de notitie
“Aanwijzingen voor de (her)beoordeling van niet-geprioriteerde
gewasbeschermingsmiddelen en biociden”. De voor dit middel uitgevoerde evaluatie,
waarvan in dit beoordelingsrapport verslag wordt gedaan, strekt ertoe zeker te
stellen dat de betrokken middelen inderdaad elk afzonderlijk afdoende op hun
risico’s zijn beoordeeld.
BESCHRIJVING REEDS TOEGELATEN MIDDEL EN MEEST KRITISCHE TOEPASSING
Het middel is toegelaten in de teelt van potplanten.
De meest kritische toepassing, waarbij het meeste risico verwacht wordt, is de toepassing in potplanten (kalanchoë).
|
Plaatsing annex I 91/414 |
nee |
|
|
|
Toetsingskader |
HTB 0.2 |
||
RISICO-EVALUATIE
HUMANE TOXICOLOGIE
TOEPASSINGSGEGEVENS
Alleen beroepsmatige toepassing.
Het middel BONZI (4 g ai/L, SC, suspensieconcentraat) op basis van de werkzame stof paclobutrazol wordt gebruikt als groeiregulator in de teelt van potplanten in de kas. Het middel mag maximaal 14x worden toegepast met een interval van 3-7 dagen bij een dosering van 0.005 kg ai/ha in de periode sept-dec of maximaal 10x worden toegepast met een interval van 7 dagen bij een dosering van 0.008 kg ai/ha in de periode jan-dec.
GRENSWAARDEN, paclobutrazol:
Het meest recente C-stuk (C-78.3.2) dateert van juni 1998. Er
is een EU-eindpuntenlijst van
juli 2006. Nederland heeft commentaar op de afleiding van de dermale absorptie.
|
Semichronische AOEL (systemisch) |
0.1
mg/kg bw/d =
7 mg/d gebaseerd op rat
developmental tox (met safety
factor 100; orale absorptie > 80%) |
LoE, juli 2006 |
|
Dermale absorptie |
1% NL vindt dat
dermale absorptie moet worden afgeleid van in-vivo
studie. Deze komt uit op 7% dermale absorptie voor een concentraat (EC 250 g
ai/L) en 35% dermale absorptie voor verdunningen. |
LoE, juli 2006 |
|
ADI |
0.022 mg/kg gebaseerd op 2
jaar rat chronische/carcinogeniteits-studie (met safety factor 100) |
LoE, juli 2006 |
|
ARfD |
0.1
mg/kg bw/d gebaseerd op rat
developmental tox (met safety factor 100) |
LoE, juli 2006 |
KWALITATIEVE BEOORDELING
Professionele toepasser
Er is een collegestuk (C.78.3.2) beschikbaar met een risicoschatting voor de toepasser, maar deze wijkt teveel af van de huidige werkwijze. Daarom is een nieuwe risicoschatting uitgevoerd. Voor de huidige toepassing zijn alleen kastoepassingen relevant. De risicobeoordeling is uitgevoerd met het Nederlandse kasmodel bij een dosering van 0.008 kg ai/ha en een dermale absorptie van 35% aangezien het hier een middel met 4 g ai/L betreft.
|
Kastoepassing |
Blootstelling mg/persoon/dag zonder PPE |
AOEL (systemisch) mg/dag |
Risico-index Zonder PPE |
|
Kastoepassing |
Inhalatie: 0.0080 |
7 |
0.00 |
|
(NL kasmodel) |
Dermaal: 0.560 |
7 |
0.08 |
|
|
totaal |
|
0.08 |
Aangezien de risico-index <1 is, wordt voor de onbeschermde toepasser geen risico verwacht.
Particuliere toepasser
Niet van toepassing.
Herbetreding
Er is een collegestuk (C.78.3.2) beschikbaar met een risicoschatting voor herbetreding, maar deze wijkt teveel af van de huidige werkwijze. Daarom is een nieuwe risicoschatting uitgevoerd. Voor de huidige toepassing zijn alleen kastoepassingen relevant. De risicobeoordeling is uitgevoerd met EUROPOEM II bij een dosering van 0.008 kg ai/ha, een transfer coefficient van 0.25 en een dermale absorptie van 35% aangezien het hier een middel met 4 g ai/L betreft.
|
Kastoepassing |
Blootstelling mg/persoon/dag zonder PPE |
AOEL (systemisch) mg/dag |
Risico-index Zonder PPE |
|
Kastoepassing |
0.030 |
7 |
0.00 |
|
(EUROPOEM II) |
0.210 |
7 |
0.03 |
|
|
totaal |
|
0.03 |
Aangezien de risico-index <1 is, wordt bij onbeschermde herbetredingswerkzaamheden geen risico verwacht.
Omstander
Niet van toepassing, aangezien bij kastoepassingen geen omstanders aanwezig zijn.
Volksgezondheid
Geen risico, aangezien potplanten geen consumptiegewas is.
CONCLUSIE
|
Risico professionele
toepasser |
Vastgesteld
is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. |
|
Risico particuliere
toepasser |
Niet
van toepassing. |
|
Risico
herbetreding |
Vastgesteld
is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. |
|
Risico omstanders |
Niet
van toepassing |
|
Risico volksgezondheid |
Vastgesteld
is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. |
|
Bevinding |
Vastgesteld is
dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn. |
GERAADPLEEGDE
BRONNEN
/ MODELLEN
|
Eindpunten |
EU-eindpunten lijst |
|
Blootstelling
professionele toepasser |
NL kasmodel |
|
Blootstelling
particulier toepasser |
Niet van toepasisng |
|
Blootstelling
herbetreding |
EUROPOEM II |
|
Blootstelling
omstanders |
Niet van toepassing |
|
Blootstelling
volksgezondheid |
model CTB dossier |
* Indien de
blootstelling voor 25d berekend is, omdat geen andere gegevens gebruikt kunnen
worden uit het CTB dossier, het model aangeven waarmee de blootstelling is
berekend.
RISICO-EVALUATIE MILIEU
Groeiregulator in de teelt van potplanten
(bedekte teelt): kalanchoë. Maximale dosering 8 g/ha; 10x per jaar; 7 dagen
interval.
Voorkom door het afdekken van grond met
plastic folie dat spuitvloeistof op de bodem terecht komt.
KWALITATIEVE BEOORDELING
|
Persistentie bodem |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, omdat de
potten op afgedekte bodem staan. |
|
Grondwater |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, omdat de
potten op afgedekte bodem staan. |
|
Oppervlaktewater (drinkwatercriterium) |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Zoogdieren |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Vogels |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Waterorganismen |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Bioaccumulatie |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Bijen en hommels |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Niet-doelwit arthropoden |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Regenwormen |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Bodem micro-organismen |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Terrestrische planten |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Actief slib RWZI’s |
|
Geen onaanvaardbare risico’s, |
|
Overige opmerkingen |
|
Voor alle criteria zijn de TER ruim boven de
norm |
CONCLUSIE
|
|
voldoet aan UB* |
|
Persistentie bodem |
Nvt |
|
Uitspoeling grondwater |
Nvt |
|
Oppervlaktewater (drinkwatercriterium) |
Ja |
|
Risico zoogdieren |
Ja |
|
Risico vogels |
Ja |
|
Risico waterorganismen |
Ja |
|
Risico bijen en hommels |
Ja |
|
Risico niet-doelwit arthropoden |
Ja |
|
Risico regenwormen |
Ja |
|
Risico bodem micro-organismen |
Ja |
|
Risico terrestrische planten |
Ja |
|
Risico actief slib (RWZI) |
Ja |
* vermeld: nvt (indien compartiment niet bereikt
wordt), ja, of nee.
|
Bevinding |
Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn.
|
GERAADPLEEGDE BRONNEN
|
CTB dossier |
29 september 1998. Risicoschatting voor milieuaspecten. |
|
EC Monografie |
paclobutrazol LoE Rev.4
September 2005 |
|
|
|
|
|
|
EINDCONCLUSIE
Vastgesteld is dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn.
ETIKETERING EN WG/GA
De huidige etikettering en WG/GA wordt gehandhaafd.
Bijlage 1 GAP tabel